Vaarwel aan de Antillen!

Fraters van Tilburg vertrokken na ruim een eeuw

(Erasmusplein 7(1996), nr. 2)


De Fraters van Tilburg zijn eind 1995 definitief uit de Antillen vertrokken. Het afscheid was met zorg voorbereid. Hun werkzaamheden waren aan anderen toevertrouwd en ook voor hun archief, de neerslag van meer dan een eeuw leven en werken, was goed gezorgd: het was in zijn geheel overgebracht naar het centrale archief in Tilburg.
Pionierswerk
De eerste drie Fraters van O.L. Vrouw, Moeder van Barmhartigheid arriveerden per stoomboot op Curaçao op 13 november 1886. Het waren de fraters Mauritius, Ludgerus en Patricius: een surveillant, een timmerman en een kok. Al gauw kwam er versterking.
De fraters verrichtten echt pionierswerk op de Antillen. Op Curaçao begonnen zij met een internaat, het Colegio Santo Tomás, dat na enige tijd overschakelde van Spaanstalig naar Nederlandstalig onderwijs. Later stichtten zij volksscholen voor lager onderwijs en vervolgens ook scholen voor MULO. In 1914 werden vanuit Curaçao fraterhuizen gesticht op Bonaire en Aruba. In de jaren vijftig hadden de fraters de leiding over niet minder dan zestien lagere scholen op Curaçao en twee op Bonaire. (Op Aruba waren zij in 1939 opgevolgd door de Broeders van de Christelijke Scholen.) Verder bemanden zij vijf MULO-scholen (waarvan één op Bonaire) en een HBS op Curaçao: het Radulphus College. In 1970 werd tenslotte ook nog een School voor Middelbaar Administratief Onderwijs opgericht.
Speciale vermelding verdient het internaat Scherpenheuvel op Curaçao, dat bestemd was voor verwaarloosde en moeilijk opvoedbare jongens. Die kregen er onderwijs en volgden er een vakopleiding. Nieuwe pedagogische opvattingen en het groeiende tekort aan fraters leidden rond 1960 tot een reorganisatie. De vakopleiding werd geleidelijk afgebouwd en men begon een nieuw internaat in Soto, volgens het paviljoensysteem.
Hoewel de fraters zich nooit hebben ingespannen voor het Papiamentu, de volkstaal, hebben zij het onderwijs een grote dienst bewezen door de `antillianisering' van de onderwijsmethoden. Er verschenen eigen uitgaven voor schoolvakken als lezen, godsdienstleer, geschiedenis en plant- en dierkunde. Met name mogen genoemd worden: Nos Tera, een aardrijkskundeboek met eigen atlas, en Zonnig Nederlands, een zestiendelige methode voor Nederlandse taal. Tenslotte waren de fraters ook actief in allerlei jeugdverenigingen en stimuleerden zij de voetbalsport.
Een forse investering
De Tilburgse congregatie heeft veel in dit missiegebied geïnvesteerd. Dat blijkt alleen al uit het aantal fraters dat er werkte. Rond 1960 waren het er meer dan tachtig! Vaak wordt dat vreemd gevonden: zoveel fraters voor een paar kleine eilanden. Eén reden was dat de financiële gelijkstelling van het bijzonder onderwijs en het openbaar onderwijs op de Antillen later werd ingevoerd dan in Nederland. Tot die tijd waren alleen religieuzen in staat rond te komen van de lage salarissen die de katholieke schoolbesturen konden betalen.
Tussen 1946 en 1960 werden veertig fraters naar de Antillen gezonden. Er was in die jaren een grote behoefte aan leerkrachten bij het sterk groeiende on-derwijs. De opleiding van eigen, Antilliaanse onderwijzers leverde lange tijd te weinig onderwijzers op.
Inkrimping
Tot 1958 was de congregatie werkzaam in Nederland en België en in (voormalige) Nederlandse koloniën: de Antillen, Suriname (vanaf 1902) en Indonesië (vanaf 1923). Na 1958 brak een nieuwe periode aan. De fraters vestigden zich in Kenia, Zaïre, Namibië, Brazilië en Californië. De daarvoor benodigde mankracht werd voor een deel onttrokken aan de communiteiten op de Antillen. Naast de spreiding van de missionaire werkterreinen was nog een andere factor van invloed op het aantal fraters op de Antillen. De crisis van het religieuze leven trof de Fraters van Tilburg evenzeer als andere congregaties en orden. Zij leidde tot uittredingen, ook van enkele fraters op de Antillen. Bovendien waren er in Nederland en België nagenoeg geen jonge mensen meer die zich aanmeldden om religieus te worden. Het aantal fraters op de eilanden nam af. Het volgende overzichtje van hun aantal is veelzeggend:


1956	1966	1975	1981	1986	1995

84	 69	 45	31	17	9

Geleidelijk moesten de fraters steeds meer scholen en werkzaamheden afstoten. Nieuwe fraters waren op de Antillen ook niet meer zo nodig. Er kwamen steeds meer Antillianen die de zorg voor onderwijs en opvoeding zelf ter hand konden nemen. Dat was een gezonde ontwikkeling voor een gebied dat sinds 1954 zelfbestuur had.
Het einde
Zoals in veel actieve lekencongregaties doen zich ook bij de Fraters van Tilburg ingrijpende verschuivingen voor. In Kenia is er een duidelijke groei en in Indonesië worden nieuwe stichtingen in het leven geroepen. Maar elders moet de congregatie zich terugtrekken. Ten gevolge van de vergrijzing en het teruglopen van het totale aantal fraters in de provincie Nederland zijn verschillende Nederlandse fraterhuizen opgeheven. Dat was nodig terwille van de leefbaarheid van de resterende communiteiten. In 1995 werd de regio Antillen opgeheven. Ook dat was nodig, gezien de leeftijd, de gezondheid en de toekomst van de daar wonende fraters. Op 20 december 1995 keerden de laatste fraters per vliegtuig terug naar Nederland. Zo kwam na honderdnegen jaar een einde aan de aanwezigheid van de Fraters van Tilburg op de Antillen.
Zorg voor continuïteit
Het vertrek van de fraters is gedurende meer dan twee jaar gedegen voorbereid. De congregatie heeft haar bezittingen niet te gelde gemaakt maar in handen gegeven van een nieuwe stichting onder leiding van een aantal capabele en gemotiveerde Antillianen. Aan hen is nu het erfgoed van de fraters toevertrouwd. Zij zullen in een nieuwe, aangepaste vorm doorgaan met de behartiging van de belangen waarvoor de congregatie zich zovele jaren heeft ingezet: onderwijs, jeugdwerk en kerkopbouw. Zo tracht de congregatie tot het laatst "een bijdrage te leveren om de wereld bewoonbaar te maken en in de samenleving meer menselijkheid te brengen". Dat streven staat precies zo weergegeven in haar Constituties. Daarom: vaarwel aan de Antillen, maar niet aan de Antillianen!

kan/avo