Meer dan alleen een kaarsje opsteken
Woonwagenpastoraat in Zuid-Limburg
(Erasmusplein 11(2000), nr. 3)
Nederland telt zo'n 34.000 woonwagenbewoners. Velen van hen voelen zich op allerlei gebieden gediscrimeerd, ook door de kerk. Het Pastoraat Woonwagenbewoners Nederland (PWN) wil hier verandering in brengen. Het heeft aan het Missiologisch Instituut (MI) gevraagd het project
'Woonwagenbewoners in kerk en samenleving in het Heuvelland, regio Zuid-Limburg' uit te voeren. In dat kader tracht drs. Jacqueline van Meurs door middel van participerende observatie een beeld te krijgen van de situatie waarin woonwagenbewoners zich binnen parochies bevinden.
Zigeuners en 'burgers'
Op zondagmorgen twee juli was in de kathedraal van Roermond iets ongewoons aan de hand: onder de gelovigen in de kathedraal bevonden zich vele
zigeuners. En dat is bijzonder; niet alleen omdat 'burgers' en zigeuners elkaar nauwelijks opzoeken, maar ook omdat zigeuners, die in Nederland overwegend katholiek zijn, geen zondagsdiensten bijwonen. Zigeuners wonen sowieso zelden een kerkdienst bij. Voor hun geloofsuitingen bezoeken zij af
en toe een pelgrimskerk of een kapel, steken daar een kaars op, doen een gebed en vertrekken weer. Of zij bidden thuis voor een beeld of afbeelding van een heilige. Toch was de aanwezigheid van de zigeuners in de kathedraal beter te verklaren dan de aanwezigheid van vele niet-zigeuners (door
zigeuners aangeduid met 'burgers'). De communieplechtigheid van vier
zigeunerkinderen stond namelijk centraal: twee Roma-jongens, één Roma-meisje en één Sinti-jongen deden hun eerste communie. En de communie van hun kinderen is, samen met de viering van de doop, een van de weinige gelegenheden waarbij zigeuners wel een kerkdienst bijwonen. Bovendien was
de plechtigheid tevens de afsluiting van de jaarlijkse Sinti-bedevaart in Roermond.
De aanwezigheid van vele niet-zigeuners had misschien te maken met het feit
dat de drie Roma-kinderen de vorige dag de pers hadden gehaald. In het Limburgs Dagblad werd bericht over de vreselijke vernederingen die de kinderen en hun ouders in Slowakije hadden ondergaan, en dat zou voor wat extra belangstelling gezorgd kunnen hebben. Een andere reden voor alle
aandacht was wellicht dat de organisatie voor Sinti en Roma eveneens de vorige dag de pers had gehaald, omdat zij een petitie had aangeboden aan bisschop Wiertz van Roermond. In deze petitie hadden de zigeuners om meer aandacht van de kerk gevraagd voor hun situatie in kerk en samenleving, en met name voor de moeilijke situatie van zigeuners in Oost-Europa.
Was het misschien uit sympathie voor de Sinti en Roma dat zoveel 'burgers' deze plechtigheid bezochten en na de dienst nog wat rondliepen en foto's maakten?
Flamenco in de kathedraal
Maar wat zeker ook veel 'burgers' naar de kathedraal heeft gelokt, was het feit dat het hier ging om een feest van zigeuners. In een traditionele
woonwagen, getrokken door een paard, waren de vier communicanten naar de kathedraal gekomen. De stoet werd begeleid door een zigeunerorkest. Met name de kleding van het meisje viel op: op haar hoofd droeg zij een kroon, en in haar lange witte jurk leek zij wel een bruidje. De zigeuners in de
kerkbanken waren eveneens prachtig gekleed. De vrouwen droegen lange rokken en vele sieraden. De muziek van het zigeunerorkest was zelfs buiten nog te horen. Een achtjarig meisje kwam naar voren en gaf in de gang van het middenschip een þamenco-dans weg. De aanwezige fotografen verdrongen zich
om opnamen van het schouwspel te kunnen maken.
Van de zigeunercultuur zijn met name de muziek en de dans bekend, maar
daarachter bevindt zich een wereld die minder tot de verbeelding spreekt. Want niet íedere zigeuner danst de þamenco of maakt muziek. In Nederland woont het overgrote deel van deze mensen in woonwagencentra, waar ze moeilijk te onderscheiden zijn van andere woonwagenbewoners. En met 'mensen van het kamp' heeft menigeen liever niet te maken. 'Wanneer ik met mijn viool ergens binnenkom, dan word ik met open armen ontvangen. Maar wanneer
ik mijn instrument niet bij mij heb, ben ik "een vieze zigeuner" ', liet een muzikant weten.
Woonwagenbewoners
De term 'woonwagenbewoner' is een verzamelnaam voor mensen die in een
woonwagen wonen of gewoond hebben. Hieronder vallen 'reizigers': mensen van autochtone afkomst die aan het begin van de twintigste eeuw, veelal uit armoede, het wonen in een huis hebben verwisseld voor het wonen in een wagen. En hieronder vallen ook de genoemde zigeuners, Sinti en Roma. 'Reizigers', Sinti en Roma bewegen zich in de marge van de Nederlandse samenleving; het merendeel is afhankelijk van een uitkering en velen kunnen niet of nauwelijks lezen en schrijven. Bovendien geven velen van hen aan met grote regelmaat te worden gediscrimineerd in winkels, door
buurtbewoners, op scholen, door (potentiële) werkgevers en door overheden.
Woonwagenpastoraat
Ook door de kerk voelen zij zich niet geaccepteerd. Het Pastoraat Woonwagenbewoners Nederland (PWN) heeft zich tot doel gesteld 'dat het
pastoraat onder woonwagenbewoners en zigeuners behartigd wordt door de parochie waartoe die bewoners behoren'. Zij wil dit bereiken door de eigen cultuur en de kracht van de woonwagenbewoners aan te spreken. In mei 1999 heeft het mi besloten met name in drie parochies in het Heuvelland de
genoemde problematiek te bestuderen. De resultaten van deze drie casussen
zullen in een groter geheel geplaatst worden. Zo moeten lijnen getrokken worden naar het dekenaat Gulpen en het bisdom Roermond. Het bisdom heeft drie aalmoezeniers aangesteld voor de zielzorg onder woonwagenbewoners. Een vraag is of deze aalmoezeniers ervaringen kunnen delen met en werkzaamheden kunnen overdragen aan parochies en of zij zodoende inzetbaar zijn in het
proces van integratie van woonwagenbewoners in de parochiekerken.
Een drempel
Vrijwel wekelijks heeft Jacqueline van Meurs de woonwagencentra in de drie geselecteerde parochies bezocht. Ook de pastores van deze parochies zijn bij het project betrokken. Duidelijk werd dat voor veel woonwagenbewoners de parochiekerk samenvalt met de persoon van de pastor van de betre¤ende
kerk. Ook kwam naar voren dat de woonwagenbewoners en pastores elkaar niet
of nauwelijks spreken, maar desondanks uitgebreid over elkaar kunnen verhalen. De beeldvorming over elkaar is kleurrijk maar met name negatief en staat een ontmoeting dan ook in de weg. Zo hebben de pastores het gevoel een drempel te moeten nemen om een bezoek aan het woonwagencentrum te
brengen. Ook vragen zij zich af of woonwagenbewoners wel willen integreren. Een van de pastores die bij het project betrokken zijn: 'Wat verwachten zij van "het bij de parochie horen"? Dat kan ook een misverstand zijn. Want dat houdt meer in dan alleen eens een kaarsje opsteken.' Een
woonwagenbewoonster over de situatie in de parochie: 'Kijk, je weet dat die pastoor ons niet mag. Wanneer ik die kerk binnen ga en ik zie die pastoor ... dan ga ik weer snel naar buiten. We zijn niet welkom. Wij hebben hem nooit kunnen vragen waarom dat zo is. Hij is nog nooit bij ons geweest.'
Op weg naar meer contact
Zowel de pastores als de woonwagenbewoners zien in dat de huidige situatie moet veranderen. Óf en met name hóe zij met elkaar verder kunnen is nog niet duidelijk. Hier moet de komende maanden gezamenlijk over worden gesproken en nagedacht. In ieder geval zal er in gezamenlijkheid gewerkt
worden aan het tot stand brengen van communicatie tussen woonwagenbewoners
en de parochiepastores. Afbraak van de muur van vooroordelen die men over elkaar heeft, is een eerste vereiste om met elkaar verder te kunnen. Een ontmoeting tussen pastores en woonwagenbewoners is een eerste stap op weg naar meer contact tussen woonwagenbewoners en overige parochianen. En
uiteindelijk zal dit de integratie van de 'reizigers', Sinti en Roma in de Nederlandse samenleving als geheel dichterbij brengen. Zo liet een jonge Sinti-vrouw weten: 'Begin eens met die pastores. Een pastoor maakt met ons een eerste stap. En de rest lukt wel. We moeten het proberen.'
MI/jvm