Het Een-twee-een-katern Katholiek het jaar door van Casper Staal heeft veel lezers aangenaam verrast. Naast lovende zijn er echter ook kritische reacties op deze uitgave die de conservator van Museum het Catharijneconvent samenstelde bij de tentoonstelling Roomsch in alles.
Vooral zijn uitleg van het 'pesjoenkelen' bracht enkele lezers ertoe uitvoerig in te gaan op 'de werkelijke betekenis' van dit merkwaardige gebruik, zoals C. Piron uit Eindhoven schrijft. Hij noteert, evenals C. van Voorst van Beest uit Rotterdam, dat het woord 'pesjoenkelen' weliswaar is afgeleid van het Lantijnse portiuncula, maar dat het niet 'deurtje' betekent, maar 'klein stukje', een verkleiningsvorm van portio, dat staat voor 'deel' of 'portie'. Het woord portiuncula gaat terug op het stukje grond dat Franciscus van Assisi kreeg en waarop het kerkje van Santa Maria degli Angeli stond. Daaroverheen is later een grote basiliek gebouwd. Het woord 'pesjonkele' - volgens Piron beter dan 'pesjoenkelen' - is een verbastering van 'portiunculen', een aflaat die kon worden verdiend op 2 augustus, het feest van de kerkwijding van de basiliek van Portiuncula te Assisi, in kerken van de franciscanen en in kerken waar een afdeling van de 'Derde Orde van Sint Franciscus' was gevestigd. Omdat de aflaat van Allerzielen zo dikwijls kon worden verdiend als een kerk werd bezocht, is dit - ten onrechte dus - 'portiunculen' genoemd. De praktijk van het 'kerk-in, kerk-uit' met de intentie daarmee zielen uit het vagevuur te redden 'was een misbruik dat voortkwam uit onkunde', aldus Van Voorst van Beest, die benadrukt dat het beslist niet waar is dat de kerk dit leerde.
(Overgenomen uit Een-twee-een, 1996, p. 334)
(terug)